Wat is het opschortingsrecht?

Het opschortingsrecht is een juridisch recht uit het Burgerlijk Wetboek. Het geeft je de mogelijkheid om je eigen verplichting tijdelijk niet na te komen zolang de andere partij zijn afspraak niet nakomt.

Belangrijk om te weten:

  • Je zet de overeenkomst niet stop, maar je pauzeert tijdelijk jouw verplichting.
  • Je gebruikt opschorting vaak om druk uit te oefenen op de andere partij.
  • In de praktijk zie je dit veel bij onbetaalde facturen of klachten over de kwaliteit van een levering of dienst.

In incassozaken zien we dit vaak terug als verweer: een debiteur betaalt een factuur niet en zegt dat hij mag opschorten vanwege vermeende gebreken. Wij toetsen dan altijd eerst of dat beroep op opschorting juridisch klopt.

Wanneer mag je opschorten?

Je mag niet zomaar een betaling inhouden of je werkzaamheden stilleggen. Opschorting is alleen toegestaan als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan.

1. De andere partij schiet echt tekort

Er moet sprake zijn van een duidelijke tekortkoming. Denk aan:

  • Een levering die niet compleet is
  • Een dienst die niet volgens afspraak is uitgevoerd
  • Een afgesproken betaling die uitblijft

Die verplichting moet ook opeisbaar zijn: de afgesproken termijn is voorbij, of de prestatie had al geleverd moeten zijn.

2. Er is voldoende samenhang tussen de verplichtingen

De verplichtingen moeten met elkaar te maken hebben. Je mag een betaling niet opschorten vanwege een conflict uit een andere, losstaande overeenkomst.

Voorbeeld: je kunt niet een factuur voor een recente opdracht inhouden omdat je ontevreden bent over een project van een jaar geleden, als dit aparte overeenkomsten waren.

3. Je opschorting moet proportioneel zijn

Je reactie moet in verhouding staan tot de tekortkoming. Een hoge factuur volledig inhouden vanwege een klein gebrek is meestal niet toegestaan.

Slimmer is dan om:

  • Alleen het betwiste deel tijdelijk niet te betalen
  • De andere partij een redelijke termijn te geven om het gebrek te herstellen

Twijfel je of je aan deze voorwaarden voldoet? Neem dan eerst contact met ons op voordat je zelf gaat opschorten. Soms is een stevige laatste aanmaning of direct een incassotraject starten een betere route.

Opschorting in de praktijk

In de dagelijkse praktijk kom je opschorting op allerlei manieren tegen. Enkele herkenbare voorbeelden:

  • Een aannemer stopt met bouwen omdat een termijnfactuur niet wordt betaald.
  • Een webshop levert pas nadat de klant vooraf heeft betaald.
  • Een dienstverlener pauzeert een traject omdat belangrijke input of documenten van de klant uitblijven.

In dit soort situaties kan opschorting terecht zijn, maar alleen als:

  • De andere partij echt in gebreke is, en
  • De maatregel niet zwaarder is dan nodig

Gaat het om een klant die een factuur niet betaalt en allerlei klachten opwerpt? Dan toetsen wij altijd nauwkeurig of er echt iets mis is met de levering of dienst, of dat het vooral een manier is om betaling uit te stellen.

Bij twijfel kunnen we je helpen om het dossier goed op te bouwen, met duidelijke betalingsherinneringen, een rechtsgeldige WIK brief en een sterk onderbouwde incasso-opdracht.

De risico’s van onterechte opschorting

Opschorting is een krachtig middel, maar ook risicovol. Schort je ten onrechte op, dan kun je zelf de partij zijn die in de problemen komt.

Mogelijke gevolgen van onterechte opschorting zijn:

  • Je raakt zelf in schuldenaarsverzuim
  • Je wordt aansprakelijk voor vertragingsschade van de andere partij
  • De wederpartij mag de overeenkomst ontbinden en schadevergoeding vragen
  • Je staat zwakker in een gerechtelijke procedure

Daarom is het belangrijk dat je opschorting altijd goed vastlegt. Denk aan:

  • Schriftelijk en duidelijk motiveren waarom je opschort
  • Concreet aangeven wat de andere partij moet doen om de opschorting op te heffen
  • Alle communicatie bewaren voor het geval het tot een procedure komt

Wij kunnen je helpen om een stevige maar nette brief op te stellen, zodat je positie zo sterk mogelijk is als het toch tot procederen en griffierecht komt.

Als je klant zich beroept op opschortingsrecht

In veel incassodossiers zien we dat debiteuren het opschortingsrecht gebruiken als vertragingstactiek. Er wordt dan een klacht of discussie opgeworpen, terwijl de prestatie feitelijk goed is geleverd.

Onze aanpak in zulke situaties:

Zo brengen we het opschortingsrecht terug tot wat het echt is: een tijdelijk en beperkt middel, geen vrijbrief om niet te betalen.

Wil je dat wij meekijken met een klant die al maanden “opschort”? Je kunt je incasso online indienen. Wij beoordelen het verweer en pakken de communicatie met je klant volledig voor je over.

Opschortingsrecht in je algemene voorwaarden

Je kunt het risico op misbruik van opschorting beperken door hier in je contracten en algemene voorwaarden duidelijke afspraken over te maken.

In het kort:

  • B2B (zakelijk onderling): Tussen bedrijven mag je het opschortingsrecht meestal beperken of zelfs uitsluiten.
  • B2C (bedrijf – consument):  Bij consumenten ligt dat veel strenger. Een volledige uitsluiting van opschorting wordt al snel als onredelijk bezwarend gezien.

Praktische tips:

  • Leg vast dat de klant het onbetwiste deel altijd moet betalen.
  • Maak duidelijk binnen welke termijn een klacht gemeld moet worden.
  • Verwijs naar een helder stappenplan voor klachtenafhandeling.

Heb je nog geen actuele voorwaarden of twijfel je of jouw clausules over opschorting en verrekening juridisch sterk zijn? Dan kunnen we je in contact brengen met onze juridische partners of met je meedenken over wat in jouw branche gebruikelijk is.

Verschil tussen opschorting en verrekening

Opschorting en verrekening worden vaak door elkaar gehaald, maar het zijn twee verschillende middelen met eigen regels en risico’s.

Opschorting:

  • Je weigert tijdelijk om te presteren (bijvoorbeeld betalen of leveren).
  • De overeenkomst blijft in stand, je zet alleen de uitvoering pauze.
  • Je gebruikt dit vooral om druk op de andere partij te zetten.

Verrekening:

  • Je streept twee vorderingen tegen elkaar weg.
  • Na verrekening blijft alleen een eventueel restantbedrag over.
  • Verrekening heeft vaak meer definitieve gevolgen dan opschorting.

In jouw situatie kan het verschil groot zijn. Soms is het slimmer om een tegenvordering duidelijk te onderbouwen en te verrekenen, soms is opschorten tactisch sterker. Zeker als de relatie met je klant belangrijk is, is een goede strategie belangrijk.

We denken graag met je mee welke route het beste bij jouw dossier past: eerst minnelijk via een minnelijk incassotraject, of direct doorpakken richting gerechtelijke procedure als dat nodig is.

Twijfel je of je mag opschorten? Laat ons je dossier beoordelen.

Sta je op het punt om een betaling in te houden of je werkzaamheden stil te leggen? Of heb je juist een klant die al maanden “opschort” en niet betaalt? Wij kijken graag met je mee naar de afspraken, de klachten en je positie.

Je krijgt een eerlijk advies: wel of niet opschorten, en zo nodig zetten we direct een incassotraject of procedure voor je in gang.

Veelgestelde vragen over het opschortingsrecht

Hoewel de wet niet in alle gevallen een voorafgaande mededeling vereist, is het voor je juridische bewijslast en positie essentieel om dit wel te doen. Doe dit altijd schriftelijk (e-mail of aangetekend) en leg duidelijk uit op basis van welke tekortkoming je tot opschorting overgaat. Zo voorkom je dat je onterecht wordt beschuldigd van het niet nakomen van je afspraken.

Ja, dit wordt de ‘onzekerheidsexceptie’ genoemd. Als je gegronde vrees hebt dat de wederpartij zijn deel van de afspraak niet zal nakomen — bijvoorbeeld door sterke signalen van een naderend faillissement — mag je jouw eigen prestatie opschorten. Het is raadzaam om hierbij direct juridisch advies in te winnen om te toetsen of je gronden sterk genoeg zijn.

Nee, dat is vaak een van de grootste valkuilen: de proportionaliteit. De wet stelt dat de opschorting in redelijke verhouding moet staan tot de tekortkoming. Bij een klein gebrek mag je doorgaans alleen een deel van de betaling inhouden dat gelijkstaat aan de kosten om het gebrek te herstellen. Het volledig stopzetten van een grote betaling om een detail wordt door rechters vaak als onrechtmatig gezien.

In een zakelijke relatie (B2B) is het gebruikelijk en toegestaan om het recht op opschorting of verrekening contractueel uit te sluiten of te beperken. Dit voorkomt dat klanten je betaling als ‘gijzelaar’ gebruiken bij kleine discussies. Richting consumenten (B2C) is dit echter veel lastiger; het uitsluiten van opschorting bij particulieren wordt vaak als onredelijk bezwarend beschouwd en kan door de rechter ongeldig worden verklaard.

Als je onterecht opschort, raak je zelf in ‘schuldenaarsverzuim’. Dit betekent dat jij degene bent die de wet overtreedt, waardoor de andere partij de overeenkomst kan ontbinden en een schadevergoeding van jou kan eisen voor de vertraging die jij hebt veroorzaakt. Je verliest hiermee ook direct je sterke positie in een eventuele gerechtelijke procedure.